Prieuré St. Bathilde, Vanves

 

 

Van 1933 tot 1936 wordt gebouwd aan de Priorij St. Bathilde te Vanves, een voorstad van Parijs. Het geheel is ontworpen voor een Benedictijnse missieorde. Net als in Kraainem wordt hier het complex in een betrekkelijk korte tijd opgezet en gebouwd, wat de eenheid van het geheel ten goede komt.

De priorij valt op door het hoog oprijzende hoofdgebouw, en de bijzondere kapel, met op de viering (in het midden op het dak) een helmdakconstructie. Van buiten is de versiering deze keer anders: Een zaagtandfries is zichtbaar in de topgevel, gemaakt van twee kleuren rood/gele steen. Op het dak van de kapel is met rode en blauwe dakpannen een mozaïk gerealiseerd. De priorij heeft geen toren, maar een gemestelde klokkenstoel bevindt zich binnen op het pandhof. Deze bevat drie luidklokken.

Het terrein waarop het klooster staat heeft een hoogteverschil van 7 meter! Wat aan de straatzijde de tweede verdieping is, is aan de achterzijde begane grond.. Vandaar ook een ingang, met direct daarachter een trap, om bij de kapel te kunnen komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2011 bezochten we deze priorij. Bouwwerkzaamheden verraadden dat er iets gaande was...

De zusters hebben het voorste deel van het klooster verkocht. Het gedeelte rond het pandhof en de kloosterkapel is nu nog in gebruik als abdij. Dit is nog altijd 75% van het oorspronkelijke klooster.

Het voorste deel, gelegen aan de Rue d’Issy, wordt verbouwd en zal gebruikt gaan worden als verzorgingscentrum voor getraumatiseerde mensen.

 

 

binnen in het pandhof

 

 

interieur van de kapel

 

Binnen zijn een aantal dingen het vermelden meer dan waard:

 

De kerkzaal, waar onder het helmdak oorspronkelijk het altaar heeft gestaan. Hier bevindt zich een achtzijdig betonnen gewelf. Een vijfzijdige koorsluiting op het oosten gericht accentueert deze plaats nog meer. Aan de zuidzijde van dit altaar was het deel voor de gewone gelovigen, de noordzijde bevatte het koorgestoelte, waar de zusters plaatsnemen. Deze twee "armen" zijn overwelfd met een geknakte houten kap, welke rust op uit de muur groeiende steunen. Glas-in-beton ramen sieren de kerkzaal, ommetseld door kruisvormen van witte baksteen, gemetseld in kruisverband. Nieuwe liturgische inzichten hebben de originele inrichting van de kerkzaal inmiddels veranderd, zo is het altaar nu in het noordelijk gedeelte te vinden, tussen de zusters.

 

 

 

opgang naar de kapel

 

De oude refter heeft een betonnen plafond, steunend op pilaren van baksteen die, als stutten, midden in de ruimte zijn geplaatst. Deze ruimte is nu gedeeld. Een klein deel maakt nog deel uit van het klooster, het grootste gedeelte is in de verbouwing opgenomen.

 

En niet te vergeten, de kapittelzaal, nu in gebruik als refter. Een prachtig ontwerp.

In het midden van deze achtzijdige zaal staat één ranke pilaar, uitwaaierend naar de acht hoeken, als een palmboom. Bellot moet op zijn studiereizen naar Spanje zeker de werken van Gaudi gezien hebben. De palmboom lijkt geïnspireerd op park Guell.

 

 

Overigens wordt Bellot vaker in verband gebracht met Gaudi, met de paraboolboog bijvoorbeeld. Er is echter een groot verschil: Gaudi construeerde de boog door met ketting in een omgekeerd model te plaatsen (daarom ook: kettingboog), Bellot berekende de boogvorm op basis van de maatvoering van de gulden snede. Meer informatie hierover is te vinden in "Zijn architectuur".

 

 

 

 

 

Kapittelzaal (nu refter), met ‘palmboom’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto's: a.w.a.lukassen en a.a. lukassen, augustus 2011