St. Chrysole, Comines

Prachtig gelegen aan de grensrivier tussen België en Frankrijk is de parochiekerk van St. Chrysole te Comines. Het complex staat aan een plein, recht tegenover het gemeentehuis, en is ontworpen door diverse takken van L'Arche, de kunstenaarsbeweging waar Bellot ook deel van uitmaakte.

Voor de architectuur zorgden Dom Bellot OSB en Maurice Storez, de versiering van François Mes OSB.

 

L'Arche zocht naar een eigentijdse invulling van liturgische gebouwen en versiering: Gebruik maken van technieken en materialen die aan het begin van de 20e eeuw bekend waren, niet terug vallen op een kopiëren van een oude stijl. Voortbouwen op wat in vroeger eeuwen gebruikt werd, op een eigentijdse manier.

 

De kerk is dan ook een van de mooiste voorbeelden van L'Arche: Moorse, romaanse en byzantijnse invloeden samengesmolten in een typisch vroeg 20e eeuwse gebouw van beton en baksteen. Met name de dakdelen van beton zijn versierd door er stukjes glasmozaiek in te plaatsen.

 

Toen de kruitdampen van de eerste wereldoorlog opgetrokken waren, lag het grensstadje Comines in puin. De middeleeuwse hallenkerk in Vlaamse Scheldegotiek was totaal verwoest. Op de puinhopen verrees van 1922 tot 1933 de nieuwe st. Chrysole.

Het gebouw zou de plattegrond krijgen van een Grieks kruis, met gelijke armen, maar door geldgebrek is het plan soberder uitgevoerd: De transepten ontbreken, en het geheel is wat minder hoog uitgevoerd dan in de oorspronkelijke plannen. Aan de voet van de hoge klokkentoren bevindt zich het monument voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2010 was de toestand van het gebouw dusdanig dat in de kerkzaal netten gespannen waren om bezoekers te beschermen tegen vallend gesteente. Een restauratie volgde van juli 2011 tot oktober 2017. Een reportage van deze restauratie kunt u hier vinden.

 

 

 

 

Van binnen valt het gebruik van beton direct op:

De dragende delen, het skelet van de kerk, is uitgevoerd in beton, de tussenliggende muren zijn van donkere baksteen met daarin een lichter motief verwerkt in de vorm van ruitjes. Juist het afsteken van beton en baksteen verhoogt de artistieke waarde.

 

Het hoofdaltaar heeft een betonnen baldakijn, waardoor direct alle aandacht erop gevestigd wordt. Het priesterkoor wordt aan de zijkanten afgescheiden door een koorhek van beton met daarboven een maaswerk van baksteen, rustend op zuilen van beton. Recht achter het hoofdaltaar is een kleine Mariakapel. Het hoofdaltaar is bezet met kleine stukjes glasmozaïek.

 

De originele preekstoel is omstreeks 1970 verdwenen. Bij de restauratie in 2017 is ze echter naar de originele plannen gereconstrueerd.

 

 

 

Het glas in lood in deze kerk is indrukwekkend.

 

De balkons in het geplande transept lijken geen functie te hebben, er is geen galerij in de kerk.

 

De doopkapel is los aangebouwd aan de noordzijde. De toren aan de zuidzijde. Beide zijn door een gang verbonden met de kerkzaal. Onder de toren bevindt zich een piëta-kapel.

De oude bij-sacristie is momenteel ingericht als dagkapel en is bereikbaar via de achterzijde van de kerk.

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het werk van Bellot neemt deze kerk een bijzondere plaats in. Nergens wordt verder een zó uitgesproken byzantijnse vormgeving gebruikt als hier. Archiefonderzoek heeft uitgewezen dat de samenwerking met de andere leden van L’Arche de voornaamste oorzaak hiervan is. Het ontwerp van de kerk is voornamelijk door Maurice Storez gedaan, de artistieke invulling en de decoratie is van de hand van Dom Bellot. Als men naar de details kijkt van bijvoorbeeld ramen, invulling van muurvlakken, kroonluchters, altaren en dergelijke, dan is dit onmiskenbaar een gebouw waarin Dom Bellot zijn visie op moderne religieuze architectuur heeft laten zien.

De kerk wordt beschouwd als het beste stijlvoorbeeld van L'Arche.

 

 

Foto's: A.A.Lukassen en A.W.A. Lukassen, 2015-2018