Quarr Abbey, Isle of Wight

 

De congregatie van de benedictijnen van Solesmes zocht haar toevlucht op het eiland Wight in 1901. Zij nam haar intrek in Appuldurcombe House, aan de zuidzijde van het eiland. Daar trad Paul Bellot in het klooster op 6 oktober 1902 als Postulant, nadat hij op 27 september in het klooster was aangekomen. Het huurcontract voor Appuldurcombe House kon echter niet worden verlengd en de monniken moesten op zoek naar een ander onderkomen. Ze vonden een landhuis, op Quarr Hill, nabij de ru´nes van een middeleeuwse abdij.

Dom Bellots talenten als architect werden vanaf 1906 al gebruikt om het klooster van Oosterhout te bouwen, nu zou hij ook hier vanaf 1907 bezig zijn een nieuwe abdij voor zijn medebroeders te bouwen: Quarr abbey.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het werk begon in 1907 met twee kloostervleugels met daarin een refter, de bibliotheek, de kapittelzaal en het trappenhuis, en werd van 1910 tot 1912 uitgebreid met een grote kerk in de zuidoosthoek van het complex. Deze kerk valt op doordat het koorgedeelte, daar waar het altaar staat, hoog oprijst, en overkluisd wordt door een ingenieus ribbenstelsel. Het gedeelte voor het publiek ligt iets lager en bevindt zich vˇˇr het torenfront. In de kerk staat ÚÚn van de drie CavaillÚ-Coll / Mutin orgels in Engeland. Het wordt echter zelden gebruikt. In 1914 is de abdij voltooid met de vierde vleugel van het klooster bestaande uit de ingang en de gastenverblijven.

Het is in deze kerk waar Dom Bellot op 10 juni 1911 priester wordt gewijd. Vol trots noemde Bellot dit bouwwerk zijn meest geslaagde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onder de kerk is een crypte,

die nu dienst doet als stiltekapel

en via de achterzijde van de kerk

bereikbaar is.

 

 

Bellot gebruikt net als in Oosterhout nog gotische vormen: een sterk gedrukte spitsboog overspant de ruimtes. Een van de overspanningen komt in de refter precies ter hoogte van de ingang uit. Bellot plaatste hier een pilaar, direct voor de deur. In de refter is het gemetselde spreekgestoelte nog aanwezig. De eerste delen van het klooster zijn tegen het oude landhuis aangebouwd, wat nog in de noordwesthoek van het complex te vinden is. In de oostvleugel is een kunstig gemetseld trappenhuis en indrukwekkende gemetselde schoorsteenmantels zijn te vinden in de kamer van de abt. Het pandhof is open, wat gezien het klimaat toch opmerkelijk genoemd mag worden.

In de hoek van het oude gastenverblijf bevindt zich een uurwerk, wat het ritme van het dagelijks leven minutieus aangeeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto's: A.W.A. Lukassen en A.A. Lukassen, zomer 2014