Château saint Hubert:

Klein seminarie St. Louis,

Neuvy-sur-Barangeon

 

 

Een klein seminarie is een school, waar jongens vanaf hun 12e jaar naar toe konden om opgeleid te worden tot priester. Bij zo'n instituut hoorde natuurlijk een kapel en Dom Bellot krijgt de opdracht het château van Neuvy-sur-Barangeon te verbouwen voor het in 1935 opgerichte seminarie St. Louis.

 

Hij ontwerpt een achtzijdige kapel, gewijd aan St. Hubertus, en plaats die recht tegenover het oude château. Een verbinding liep van de kapel naar het château in de vorm van een pandhof (vierkante kloostergang), waarbij op de twee andere zijden de bijgebouwen van het kasteel een aansluiting krijgen, deze pandhof is omstreeks 2006 gesloopt. Het seminarie is omstreeks 1965 gesloten waarna het château en de kapel lange tijd geen bestemming meer hebben gehad. Omstreeks 2004 wordt het geheel verkocht en wordt het seminarie omgebouwd tot hotel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kapel is achtzijdig, op een vierkant grondvlak. De voorzijde en de achterzijde van de kapel zijn vergroot met een travee, waarbij de achterzijde dienst doet als priesterkoor. Aan de voorzijde is een klokkenstoel, gelijkend op die van de Priorij St. Bathilde te Vanves. Daaronder is een voorportaal met drie gemestelde keperbogen. De ramen in de kapel zijn bij wijze van uitzondering rechthoekig. Het maaswerk in deze ramen is veelhoekig, zoals we vaker zien bij Bellot's glas-in-beton. Op het dak ligt leisteen, in een geometrisch patroon.

 

De kapel heeft een overwelving van beton, het centrale deel in het midden rust daarbij op betonnen pilaren die vanuit de hoeken van de achthoek naar voren steken. Het grondvlak van de kapel is overigens wel vierkant. De betonvlakken zijn in diverse kleuren geschilderd: Van onderaf rood-bruin, donkergroen, lichtgroen, terra, lichtgroen, lichtblauw en de sluitsteen is zwart. De vlakken lijken als een theemuts, als een kaartenhuis, van bovenaf de ruimte te overdekken, er zijn geen ribben aanwezig om het beton te ondersteunen. Het priesterkoor heeft een dubbele paraboolboog en is rondgesloten. De transept-kapellen hebben ook een paraboolboog, de vier hoekpunten hebben een latei, ondersteund door twee ranke pilaren. Alle plafonds boven de altaren zijn blauw van kleur. Boven de ingang is een zangzolder, zonder orgel. De sacristie bevindt zich achter het priesterkoor en is via een deur aan de zijkant van het priesterkoor bereikbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De communiebank is, opvallend, gebogen en wordt aan weerszijden geflankeerd door een gemetselde preekstoelkuip. In het middenpad is gebruik gemaakt van het gebruikelijke tegelpatroon, waarbij opvalt dat hier de dominante kleur grijs-blauw is, in plaats van rood. De banken of stoelen zijn verdwenen, de vloer is bewerkt met onregelmatig gebroken stukjes mozaïek in een grijstint.

 

De kapel is sinds 1965 al niet meer als zodanig in gebruik en behoeft uitwendig een opknapbeurt. In het interieur is veel bewaard gebleven en is daarentegen nog opvallend gaaf.

 

Wij danken de familie De Nicola voor hun bereidwilligheid ons foto’s te laten nemen in hun kapel.

 

Foto’s: A.W.A. Lukassen en A.A. Lukassen, juli 2009